AAD DE HAAS THEMATIEK
Ad de Haas’ persoonlijke thematiek en stijl
Het oeuvre van Aad de Haas is niet altijd even gemakkelijk te doorgronden. Wie hem om uitleg vroeg over zijn werk, kreeg steevast te horen: ‘Kijk maar’. Alles wat hij schilderde, tekende of in zijn grafiek tot uiting bracht, maakte hij voor zijn eigen ‘geestelijke gein’, om ‘de een of andere lust in jezelf’ te achtervolgen. Wanneer anderen daar ook plezier aan hadden, des te beter.
Gedurende de jaren veertig ontwikkelt De Haas een ingetogen, poëtische stijl. Hij creëert zijn eigen wereld waarin gewijde onderwerpen, maar vooral ook de gewone dingen figureren. Dromerig en verstild, geschilderd in een subtiel geabstraheerde vormentaal op klein formaat: een speelgoedbeestje, een draaimolentje, een schedeltje, een bruidje. Zijn zogenaamde ‘doezeltechniek’ geeft zijn schilderijtjes een mysterieus en ijl aanzien.
In Rotterdam werd hij in die tijd, vanuit een behoudend modernisme met belangstelling gevolgd door museumdirecteuren als Hannema en Ebbinge Wubbe.
Eenmaal in Limburg (2e helft jaren 40) werd zijn werk in aanvang door velen als te progressief ervaren, anderzijds had De Haas zelf weinig waardering voor de Limburgse kunstenaars. Hoewel de werkelijkheid altijd het uitgangspunt vormt, schildert De Haas nooit direct naar de natuur en wordt zijn wijze van abstrahering als ongebruikelijk gezien. De traditionele iconografie speelt voor De Haas bij de uitbeelding van religieuze thema’s nauwelijks meer een rol en wordt door de jaren heen meer en meer vervangen door een zeer persoonlijke visie.
Eind jaren veertig begint zich een stijlverandering af te tekenen. Vooralsnog op formele wijze: het formaat van de schilderijen wordt groter, de toets breder en de kleurcontrasten verdiepen zich. Later gaat ook de emotie een steeds belangrijkere rol spelen. De ‘ontaard’ verklaring van zijn werk door de Nazi’s tijdens de oorlog en de verwijdering van zijn kruiswegstaties uit de St. Cunibertus-kerk te Wahlwiller (1949) eisen hun tol. De ‘doezelende’ stijl verandert in een fel expressionisme, waarbij oorlogsvisioenen, anti-klerikale voorstellingen en bijbelse verleidingsscènes de hoofdrol spelen.
Gedurende de jaren zestig wordt geleidelijk een mildere schilderstijl zichtbaar, het formaat van de werken wordt weer kleiner en een licht en kleurrijk palet speelt de hoofdrol. Kenmerkend in deze tijd is ook het vele gebruik van wit en de sterke contourlijnen. De verbeelding van machtswellustige situaties blijft een belangrijk thema; het menselijk tekortschieten in de harde, vaak meedogenloze maatschappij staat centraal. Vele werken krijgen een onmiskenbare erotische lading.
Aan het einde van de jaren zestig hebben de aanklacht en de gekwelde figuren plaats gemaakt voor de verbeelding van erotische gevoelens, soms expliciet, soms poëtisch en fantastisch. De stijl heeft zich aangepast: de verf wordt in korte, droge streekjes opgebracht en er lijkt een ‘waas’ over het werk te liggen, dat herinneringen oproept aan zijn vroegere ‘doezelende’ stijl. Het kleurgebruik is bijzonder rijk geworden.
Behalve de vele schilderijen die De Haas maakte, heeft hij ook zijn hele leven getekend en aan een omvangrijk grafisch oeuvre gewerkt. De werken op papier zijn qua thematiek sterk verbonden met zijn schilderkunst, zij het dat De Haas het tekenen en het vervaardigen van grafiek altijd als zelfstandig werkterrein, met eigen voorwaarden en mogelijkheden heeft opgevat.
De Haas’ oeuvre kenmerkt zich door een grote stilistische diversiteit en geeft een beeld van een diepbewogen man wiens ervaringen leidden tot een absolute versmelting van leven en werk: ‘Zijn werk is zijn extase, zijn dagboek, zijn godsvrucht, zijn liefde, zijn tranen, zijn spotlach, zijn woede, zijn vertedering, zijn jennerij en zijn geilheid.’
|
 |

Danseresje, 1943
olieverf op paneel
13,5 x 8,9 cm
aankoop 1994
(met steun van de Mondriaan Stichting)
inv.nr. GH94.66

De bekoring van St. Franciscus, [1954/55]
olieverf op doek
110 x 140 cm
schenking 1996 erven Mrs. Timmermans-Tummers, Venlo
inv.nr. GH96.21
foto Ruud Koek, Maastricht

Zonder titel, [1970],
olieverf op paneel
25,7 x 16 cm
aankoop 1995
inv.nr. GH95.20
foto Ruud Koek, Maastricht |